Jump to content

Toevoegen Van Massa Aan Een Toonarm. Onzin?


Scat-Man
 Share

Recommended Posts

Moraal van dit verhaal:

 

- verlichte zielen als Poul Ladegaard zijn erin geslaagd om nog relatief recent spelonken in de natuurkunde te vinden die aan deze uitvinding DT nog ruimte voor verbetering bieden.

Hallo Jan,

 

Op welke recent artikel van Ladegaard doel je hier eigenlijk? Ken alleen een artikel van 30 jaar terug waarin hij 4 tamelijk willekeurige arm-element combinaties aan de tand voelt met een hoop meetapparatuur. Het grappige is dat hij daarin wat constateringen doet maar geen conclusies trekt.

 

Verder is een nog een oud artikel waarin hij filosofeert over lineaire armen. Maar daarna lijkt het hem niet zoveel meer te interesseren en hebben we op het gebied van DT's nooit meer wat van hem gezien.

 

;)

Link to comment
Share on other sites

Beste Pjotr,

 

gelukkig had ik nog snel het woordje relatief tussengevoegd, want ik bedoel relatief kort geleden vergeleken met de uitvinding van de DT. In dit geval bedoel ik het AES- rapport uit 1977: Audible effects of mechanical resonances in turntables. In deze topic vind je er een link naartoe.

 

Trouwens, wat ikzelf de grootste bijdrage van dit rapport vind is, dat het aantoont dat een paar parameters die je zo uit de frequentiekromme onder 20 Hz kan halen, onvermijdelijk grote invloed hebben op de weergave- kwaliteit. Een invloed die zich over het HELE hoorbare gebied uitstrekt, en dus verrassend genoeg niet wordt beperkt tot het lagetonengebied.

 

Een belangrijke conclusie is ook, dat als je het muzieksignaal uiteenrafelt tot een verzameling van afzonderlijke tonen, je in de frequentiekarakteristiek van elke afzonderlijke toon twee zijbanden rechts en links vindt, die precies de vorm hebben van de frequentiekarakteristiek vanaf 0 Hz, waarbij die 0 Hz precies in het hart van de toonpiek ligt. Armresonanties met lage frequenties en hoge piekamplituden veroorzaken de meest storende zijbanden op de karakteristieken van die afzonderlijke tonen.

 

Dit laatste vind ik eigenlijk het meest fascinerende resultaat van de onderzoekingen van Poul Ladegaard. Het is mi. een frappante illustratie van de zwakste kant van de uitvinding DT. Het toont mi. aan, dat je nooit massa moet toevoegen aan een headshell.

 

Als muziek een mooi grasveld zou moeten zijn dan zou een resonantie met lage frequentie en hoge piekamplitude zichtbaar worden als het meest opvallende onkruid tussen dat mooie gras.

Jan.

Link to comment
Share on other sites

Moraal van dit verhaal:

 

- verlichte zielen als Poul Ladegaard zijn erin geslaagd om nog relatief recent spelonken in de natuurkunde te vinden die aan deze uitvinding DT nog ruimte voor verbetering bieden.

 

- er wordt tegen de hoofdprincipes van de DT nog erg verschillend aangekeken. Sommigen voegen in sommige gevallen massa toe aan de headshell , anderen zijn daar erg op tegen. Sommigen relateren de parameters van de laag-resonantie slechts met een bepaald facet van de frequentiekromme, anderen vinden dat die hoedanigheden bijna alle facetten van de weergave beinvloeden. Er is ook onenigheid over de juiste positionering van de resonantiefrequentie.

 

- over de werkelijke waarden van maatgevende parameters van verschillende bestaande modellen armen en elementen bestaan verschillende ideeen.

 

- het lijkt erop dat een cd-speler haast wel veel minder last heeft van ingebouwde onvolkomenheden dan de uitvinding DT.

 

- het medium DT geeft een aantal enthousiaste liefhebbers mogelijkheden om op basis van vrij beschikbare kennis wijzigingen uit te voeren in de samenstelling van een draaitafel en daardoor een beter muzikaal resultaat te bereiken.

 

Jan.

zeer duidelijk jan :)

 

met het dikgedrukte gedeelte ben ik het helemaal eens,

maar desalniettemin draai ik heel graag een plaatje. ;)

Link to comment
Share on other sites

Wat een kostelijk gekakel!

 

Gaat het er niet in wezen om, dat een zwaardere arm niet alleen van nature een lagere resonantiefrequentie (Frs) heeft dan een lichtere arm, maar dat bij zwaardere armen ook de sterkte van de resonantie (Qrs) groter is?

En dat hetzelfde verschijnsel geldt voor een lichte arm als je de kop en/of de buis zwaarder maakt?

Is die Qrs in de praktijk niet veel belangrijker dan de Frs?

 

En dat hoogcompliante elementen minder goed overweg kunnen met zware armen, dus met een hoge Qrs, omdat het fragiele naaldje dan te zwaar wordt belast?

 

Was het niet veel verstandiger geweest als we gewoon met Thorens TD124 met Ortofon AS212 en SPU/G-T waren blijven spelen?

(Die moderne rommel klinkt toch niet zoals vroeger... toen m'n oren nog goed waren!) :D

Link to comment
Share on other sites

Ha die Spido,

 

Leuk dat je mee komt kakelen. Ook leuk dat je de Q-factor van de arm-element resonantie in de strijd komt gooien, die hadden we nog niet gehad. Die Q-factor is zoiezo erg hoog, vandaar dat je de resonantiefrequentie het liefst zo hebt dat ie zo min mogelijk aangeslagen kan worden. Helemaal lukken zal dat nooit.

 

:D;)

Link to comment
Share on other sites

het lijkt erop dat een cd-speler haast wel veel minder last heeft van ingebouwde onvolkomenheden dan de uitvinding DT.

 

 

 

Jan.

zeer duidelijk jan :)

 

met het dikgedrukte gedeelte ben ik het helemaal eens,

maar desalniettemin draai ik heel graag een plaatje. ;)

Goed lezen Erik ;)

aha ,

 

vandaar dat ik ook van een lp kan genieten :D

Link to comment
Share on other sites

Wat een kostelijk gekakel!

 

Gaat het er niet in wezen om, dat een zwaardere arm niet alleen van nature een lagere resonantiefrequentie (Frs) heeft dan een lichtere arm, maar dat bij zwaardere armen ook de sterkte van de resonantie (Qrs) groter is?

En dat hetzelfde verschijnsel geldt voor een lichte arm als je de kop en/of de buis zwaarder maakt?

Is die Qrs in de praktijk niet veel belangrijker dan de Frs?

 

En dat hoogcompliante elementen minder goed overweg kunnen met zware armen, dus met een hoge Qrs, omdat het fragiele naaldje dan te zwaar wordt belast?

 

Was het niet veel verstandiger geweest als we gewoon met Thorens TD124 met Ortofon AS212 en SPU/G-T waren blijven spelen?

(Die moderne rommel klinkt toch niet zoals vroeger... toen m'n oren nog goed waren!) :D

Ik heb wel eens GEZIEN, dat een arm (Thorens TP16) met een hoogcompliant element (XLM) millimeters heen en weer slingerde tijdens een resonantietest.

 

:)

Link to comment
Share on other sites

Hallo, Spido

 

je schrijft:

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"Wat een kostelijk gekakel!"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Dat vind ik nou echt een grappige benaming.

 

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"Gaat het er niet in wezen om, dat een zwaardere arm niet alleen van nature een lagere resonantiefrequentie (Frs) heeft dan een lichtere arm,"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Een zwaardere arm heeft (mi.) alleen een grotere effectieve massa nmeegebracht het huwelijk in, en moet maar afwachten wat het verder gaat worden, want zijn massa wordt aangevuld met die van het element en de schroefjes, indien aanwezig en dan hangt het nog van de naaldcompliantie af wat voor resonatiefrequentie we gaan krijgen. De hoge massa van de arm kan terecht komen in een huwelijk met lage en ook in eentje met hoge resonantiefrequentie. De kans op het eerste is wat groter,en het hangt natuurlijk ook af van wat je laag of hoog vindt. daar verschillen de meningen zelfs nog over, heb ik begrepen. Maar inderdaad, de vinylwereld zit vol met gekakel. Tot de kerst zullen we maar zeggen. Dan gaan we in de soep... Kostelijk.....

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"maar dat bij zwaardere armen ook de sterkte van de resonantie (Qrs) groter is?"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Oja. Dat hangt natuurlijk sterk af van alle dempende invloeden bij elkaar. De partijen doie daaraan kunnen bijdragen zijn mi.:

 

- mechanische demping in het element

- misschien demping in het element van electrische of magnetische aard. Dat is mij te ingewikkeld, Maar het zou kunnen

- demping door wrijving of door viscositeit van een soort pasta: beide van mechanisch karakter en dan vanuit de regio van het armlager of misschien vanuit een pasta in een boogvormig bakje langs de headshell (Nee, echt!).

 

Ik kan nog wat vergeten zijn, maar bij mijn weten heeft de massa van de arm geen invloed op de dempingsfactor en dus op de piek amplitude. Dat maakt ook helemaal niks uit op het besprokene, want er wordt gewoon gekeken naar de werkelijk optredende vorm van de karakteristiek onder 20Hz. De bron daarvan wordt naar mijn weten niet in beschouwing opgenomen, slechts de invleod ervan.

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"En dat hetzelfde verschijnsel geldt voor een lichte arm als je de kop en/of de buis zwaarder maakt?"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Lichte kop, zware buis, maakt mi. niet uit voor dit verschijnsel. Je wacht gewoon af wat er uit de fabriek komt rollen en bepaalt dan op je gemakkie de effectieve massa van de arm.

Meer is er niet aan de hand. Want wat je hier noemt is een kwestie van deelmassa's en hun respectievelijke positie ten opzichte van de naaldtip. Zou ik haast zeggen. De Qrs staaat daar gewoon buiten.

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"Is die Qrs in de praktijk niet veel belangrijker dan de Frs?"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Nou, nee, zo'n beetje even belangrijk. Dat lijkt mij tenminste. Ik moet er niet aan denken als de Frs ergens bovenop de resonantiefrequentie van hen subchassis terecht komt. Affreus zeg! Of exact op de plek waar die lastige golf in je plaat zit met zo'n enge na- zwiep. Of In de top van de riubbish doie volgens Ladegaard en volgens die duitse site in het meeste vinyl zit. Of op de slingerfrequentie van hete excentrische gat van je LP. Dus die Frs is niet veel minder belangrijk adn de Qrs. Maar Poul Laadegaard heeft de Qrs zeker wel in het verhaal betrokken.

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"En dat hoogcompliante elementen minder goed overweg kunnen met zware armen, dus met een hoge Qrs"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Een hoogcompliant element is gewoon hoogcompliant. Daar is hij voor gemaakt, of ze hadden het even niet in de gaten... Komt voor. Ze zijn mi. inderdaad niet de ideale huwelijkskandidaat voor een zware arm.

 

Maar het verband met demping ontgaat me. Er zijn zelfs voorbeelden van hoogcompliante elementen te vinden, zoals de sinds kort gediscontinueerde (hoe krijg ik dat door mijn str...., hemeltje) Shure V15- V xMR , die vaaf fabriek een heus dempingsborsteltje meekregen en daar in menig zwaare arm dolgelukkig mee door het leven gaan. Of het uiteindelijke huwelijk een hoge Qrs heeft hangt mi. niet af van de effectieve armmassa, ook niet in het genoende Shure- geval.

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

"omdat het fragiele naaldje dan te zwaar wordt belast?"

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Een laagcompliant element kan een naaldje hebben dat nog fragieler is dan een hoogcompliant element. De rubberen ophanging hoeft ook niet kwetsbaarder te zijn bij een hoogcompliant element, denk ik. Compliantie is op zich vermoedelijk geen indicatie voor kwetsbaarheid. Tenminste , dat is mijn idee hoor. Maar dat valt buiten het onderwerp van deze topic. Die richt zich namelijk alleen op de muzikale facetten.

 

Wat wel meetelt bij de levensduur in dit geval en zeker bij lagere resonantiefrequenties is de gevoeligheid van de spandraden, die sommige elementen hebben (meerdere elementen hebben meerdere spandraden, dit even voor de volledigheid). Op dit punt lijken me Frs EN Qrs inderdaad van belang. Ik hoorde van een bekende gerespecteerde luisteraar uit Sneek dat dit soort elementen daar echt aan kapot gaan, di emeyt spandraden dus. (Snik)

Nou zijn dat naar verluidt nu net weer meestal MC- elementen en die zijn in meerderheid weer niet hoog- compliant. Oeps. Het wordt me wat te specialistisch, maat ik schrijf even mijn eigen gedachten op. Ik kan ook niet alles weten.

 

Een hoogcompliant element zal in een huwelijk, waar de resonantiefrequentie laag blijkt te zijn, dus bij armen met hogere effectieve massa, misschien sneller slijtenbij eenzelfde mate van demping. Maar dat heeft niet met muziekweergave "as new" te maken, waar we in dit topic nu over hebben.

 

"Was het niet veel verstandiger geweest als we gewoon met Thorens TD124 met Ortofon AS212 en SPU/G-T waren blijven spelen?"

De armen en elementen uit het verhaal van Poul Ladegaard zitten qua gereratie vlak achter de genoemde modellen. Nou dichter daarbij dan bij de moderne rommel van 2004. Want over de armen en elementen ttv. 1977 gaat het in het geschrift van Laadegaard. Trouwens ook een goeie: zouden de conclusies van Laadegaard ook gelden bij die tegenwoordige producten?

Eeb TD 124 schaal ik niet zoveel lager in dan sommige moderne motor units. Darin geef ik je gelijk. Maar wat als alles aan die TD 124 versleten is?

 

De arm AS212 daarvan denk ik op bescheiden wijze dat de tegenwoordige betere armen er in kringetjes omheenrennen. Maar dat is weer mijn eigen gedachte. een vorm van schaapjes tellen, dus eigenlijk.

 

Een SPU/G-T kan zo'n verheven eeuwig product zijn , dat ik er graag met mijn handen van af blijf. Ik edenk dat ik weet welke je bedoelt, maar dat geeft mijn zwakte in deeze al aan. Geen idee, hier kan je best gelijk hebben.

 

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

"(Die moderne rommel klinkt toch niet zoals vroeger... toen m'n oren nog goed waren!) "

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

 

Hoe iets klinkt hangt niet van de kwaliteit van iemends oren . Dacht ik.

 

Net als bij licht: het wordt uitgestraald "as- is" (weer zoiets, waar haal ik dat toch allemaal vandaan?) Wat onze ogen ervan maken hangt van die ogen zelf af. In principe bestaat er ook geen kleur, alleen maar golflengte. En mijn hond houdt bijvoornbeeld niet van mijn muziek. Geen idee wat dat er allemaal mee te maken heeft, maar ik snap wat je bedoelt. Je oren worden slechter.

 

Maar dat die moderne rommel kwalitatief het peil niet haalt van de vroegere producten, daar zou ik het niet mee eens zijn. Misschien bedoel je dat ook helemaal niet. Maar er staat wel "rommel" antuurlijk.

 

Ik geef hier gewoon mijn eigen visie hoor.

Jan.

Link to comment
Share on other sites

Ik kan nog wat vergeten zijn, maar bij mijn weten heeft de massa van de arm geen invloed op de dempingsfactor en dus op de piek amplitude. Dat maakt ook helemaal niks uit op het besprokene, want er wordt gewoon gekeken naar de werkelijk optredende vorm van de karakteristiek onder 20Hz. De bron daarvan wordt naar mijn  weten niet in beschouwing opgenomen, slechts de invleod ervan.

Volgens mij haal je hier wrijving en dempingsfactor ( => 1/Q ) door elkaar. De wrijving is idd niet afhankelijk van de massa maar de dempingsfactor wel! Hoe hoger de massa van het resonerende systeem hoe lager ook de dempingsfactor (en des te hoger de Q-factor) bij gelijk blijvende wrijving. En dus zeker ook de hoogte van de resonantiepiek.

 

Dit zou dus pleiten voor een lichte arm met een hoog compliant element.

 

De wrijving van de ophanging van de naald is ge-optimaliseerd voor het einde van het audiogebied (zeg ca. 18-20 KHz), iig. voor MM-elementen zoals de hier eens genoemde OM10. Daar de meeste arm-element combinaties verder vrijwel niet anders gedempt zijn dan d.m.v. de naaldophanging zullen we het daarmee moeten doen.

 

;)

Link to comment
Share on other sites

Hallo Pjotr,

 

Je schrijft:(ik had die berichten ertussendoor ook nog niet gezien trouwens, moet ik eens goed gaan lezen)

 

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

Volgens mij haal je hier wrijving en dempingsfactor ( => 1/Q ) door elkaar. De wrijving is idd niet afhankelijk van de massa maar de dempingsfactor wel! Hoe hoger de massa van het resonerende systeem hoe lager ook de dempingsfactor (en des te hoger de Q-factor) bij gelijk blijvende wrijving. En dus zeker ook op de hoogte van de resonantiepiek.

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Nu wordt het helemaal moeilijk,vind ik. Ik zie in die quote inderdaad dat ik massa en dempingsfactor noem en dat ik er geen verband tussen zie. Dat is inderdaad het enige wat ik over dit onderwerp weet te zeggen. Dan zijn er 2 mogelijkheden: Ik weet er gewoon te weinig van. Kan hoor. Dan ontbreekt het me aan inzicht. Maar echt, zolang als ik in deze hobby theoretische lectuur heb doorgenomen heb ik nog nooit dit verband zien aangestipt tussen massa en demping.

 

Ik zie wel in dat dempingsfactor en piekamplitude ongelooflijk strak aan elkaar verwant zijn. Maar wrijving kan wel degelijk invloed hebben op de piekamplitude. Tenminste zo zie ik het. Want als je een fluid damper installeert heb je er al een duidelijk voorbeeld voor in huis. Het is echt visceuze wrijving in vloeistof (of pasta, sorry) die hier wordt aangewend om de piekamplitude omlaag te brengen. Maar ik zie niet in waarom ik in die quote wrijving en dempingsfactor door elkaar haal.

 

Je moet dat nog even ontrafelen voor me. Gaat me echt even boven me pet.

 

Als je een arm met grote effectieve massa hebt, dan KAN het zijn, dat de gewichts- belasting op het armlager voor dat lager aanleiding is, veel wrijvingsweerstand te bieden aan de arm bewegingen. Want de wrijving KAN wel degelijk verband hebben met effectieve massa.

 

De karakteristiek van die weerstand hoeft mi. niet altijd te leiden tot demping van de piekamplitude. Ik heb het altijd zo begrepen, dat de aard van de wrijving daarvoor snelheidsafhankelijk en/ of amplitude- afhankelijk moet zijn. Ik zie meer verband tussen wrijving en spoorprestaties. Hogere lagerwrijving kan mi. alleen maar slecht zijn voor de spoorprestaties. Kan dus maar beter in negatieve zin in relatie worden gebracht met weergave -kwaliteit dan in positieve zin via een eventueel geringere piekamplitude.

 

Ook een biascompensatie- voorziening kan wrijving en/ of demping opleveren.

 

Maar verband tussen effectieve massa en dempingsfactor is voor mij iets nieuws. Kan waar zijn, hoor.

 

 

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

"Dit zou dus pleiten voor een lichte arm met een hoog compliant element."

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

Geen idee dus. Volgens mijn bescheiden mening is het genoemde verband er niet.

Dan zijn we tegenwoordig wel slechter bezig dan vroeger, zoals de inzender daarvoor zei.

Want tegenwoordig gaan we steeds meer de kant op van de niet-zo- lichte (mi. dus middelzware) armen en de toch zeker niet zo hoge complianties.

 

Trouwens, als je leest over een lichte arm, staat er altijd achter: hoogcompliant element. Nou, dat sluit dan mi. vaak een waardevolle optie uit: lichte arm en een middelhoge compliantie. OK, ik zal qua geringe interne mechanische weerstand van de arm niet direct kiezen voor een laagcompliant element, wegens de hoge energietoevoer. Maar ik zie het met een lichte arm en een middelhoge compliantie namelijk best wel zitten, omdat ik niet bang ben van hoge resonantiefrequenties, integendeel.

 

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

De wrijving van de ophanging van de naald is ge-optimaliseerd voor het einde van het audiogebied (zeg ca. 18-20 KHz), iig. voor MM-elementen zoals de hier eens genoemde OM10. Daar de meeste arm-element combinaties verder vrijwel niet gedempt zijn dan d.m.v. de naaldophanging zullen we het daarmee moeten doen.

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

Hier is mij niet zoveel over bekend. Het kan best zo zijn hoor. Wat ik toch wel heb gelezen in HiFi Choice reviews, is dat elementen toch wel een verschillende mate van inwendige demping hebben, ook in het gebied waar we nu in zitten, zo omstreeks 10Hz.

 

Als we inderdaad op een houtje moeten bijten wat dit betreft, is het des te belangrijker om te letten op de positie van de resonantiefrequentie, die andere parameter die Ladegaard noemt als maatgevend voor hoorbare effecten.

 

En nogmaals: ik relateer demping niet eens zozeer met wrijving. Er kan desnoods voor kleine uitslagen en snelheden geen wrijving zijn, maar voor grote wel, en ik dacht dat je dan precies met demping bezig bent. Maar het verhaal van Laadegaard gaat niet in op vragen als:

 

- bij welke armen heb ik demping

- wat is het verband tussen wrijving en demping

- komt demping wel voor

- hebben elementen wel demping

 

Nee, het enige wat Poul Ladegaard doet: hij bekijkt de frequentiekarakteristiek en gaat dan bekijken hoe de invloed is op de hoorbare effecten van de 2 volgende parameters uit dat deel onder 20Hz van de frequentiekarakteristiek:

- positie van resonantiefrequentie

- piekamplitude

 

 

Interessante berichten zat! Pjotr schrijft:

 

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

Leuk dat je mee komt kakelen. Ook leuk dat je de Q-factor van de arm-element resonantie in de strijd komt gooien, die hadden we nog niet gehad. Die Q-factor is zoiezo erg hoog

<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<

 

Oeps. Sorry Pjotr, maar die hoogte hangt toch van de actuaele situatie af? Van de demping van de arm en van de demping inwendig in het element? Afgezien dan van de hierboven geplaatste discussie? Maar ik had de Q- factor al veel eerder aangehaald als een belangrijk punt uit de beproevingen door Ladegaard: de piekamplitude is er direct aan gerelateerd mi. Misschien is het kakelen. Maar ik vind de materie interessant.

 

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

vandaar dat je de resonantiefrequentie het liefst zo hebt dat ie zo min mogelijk aangeslagen kan worden. Helemaal lukken zal dat nooit.

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

OK. Zover ben ik nu. Ik erken nu langzamerhand dat niks in een DT volmaakt wordt. Wat ik vroeger perfect noemde, is de perfecte stilte die je hoort als de resonantiefrequentie gepositioneerd wordt daar waar hij het minst wordt aangeslagen door het mechanische ingangssignaal: in het gebied zonder rubbish in de groef, dat begint booven 10Hz. leg je de resonantie nog hoger dan wordt de weergave steeds weer beter. Zelfs bij gelijkblijvende dempingsfactor/ piekamplitude.

 

Hans schrijft:

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

Ik heb wel eens GEZIEN, dat een arm (Thorens TP16) met een hoogcompliant element (XLM) millimeters heen en weer slingerde tijdens een resonantietest.

>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>>

 

Natuurlijk heb je dat waargenomen. Zeker. Maar het waren geen normale groeven. Want ik wil normmliter graag de res. frequentie hebben in het gebied waar de groefmodulatie minimaal is. En die was in jouw geval in dat gebied , op DIE LP, vlak boven 10 Hz, niet minimaal.

OK. Er is ook niet veel nodig aan modulatienivo, zeker niet in het geval van deze arm en dit element, maar die test- situatie is echt niet met een normale LP- groef vergelijkbaar Anders koop ik geen test- LP.

 

Mooi overigens dat je de mate van slingeren noemt. Want daardoor kan je gaan nadenken over maatregelen om de hoogte van de piekamplitude te verminderen. Door een Fluid Damper te installeren misschien? Echt geen verkeerde maatregel in sommige gevallen!

 

Jan.

Link to comment
Share on other sites

Een interessant verhaal met verwijzingen naar dit onderwerp:

 

http://www.sme.ltd.uk/html/vreview.html

 

Het is geschreven door een journalist, maar deze keer volgens mij wel een slimme. Wat hij beschrijft is de theologie van de fabrikant, zegt hij. Dat moet je dan ook maar weer geloven.

 

Maar het staat op de site van de fabrikant, dat wel. Als je dan echter aan de fabriek een theoretische vraag stelt, krijg je nooit antwoord. Dat is nou zo gek...

 

Jan.

Link to comment
Share on other sites

Met "fabrikant" bedoel ik SME in de UK. IK had misschien even moeten vertellen dat ik van mening was dat veel in de tekst van dat review een bevestiging vormt van het rapport van Ladegaard.

 

Ladegaard werkte echter bij B&K, een deense fabrikant van meetinstrumenten.

 

Klopt. Nu ineens dus wel reactie, dat wil zeggen: van zijn ex- collega's. De hele hifi- wereld kan hem misschien tegenwoordig gestolen zijn. Maar in 1977 en omstreken was hij een gezaghebbend hifi- journalist. En ik vind die titel terecht.

Jan.

Link to comment
Share on other sites

Hier heb je er weer zo eentje. Dit begrijp ik nou niet. Zo'n ongeloofwaardig verhaal:

 

http://www.audioasylum.com/audio/vinyl/messages/368745.html

 

Wat moet je daar nou van denken. De inzender vindt het geluid blijkbaar te helder. Gaat maar wat massa toevoegen aan de headshell. Is iemand zich hier nou voor de gek aan het houden? Die nadelige zijbanden met meer BIM klinken dus warmer, beter?

 

Ik lees nou zelf ineens, dat dit verhaal geschreven is door Steve Clark himself, de auteur van Theanalogdept! Verbaast me des te meer.

 

Ben het toch helemaal niet met hem eens. Het kan voor hem wel beter klinken, maar absoluut gezien kan je er volgens mij dus nooit op vooruit gaan.

 

Wat denken jullie ervan? Nou ineens weer een andere paus zoiets zegt. Volgens mij kan het niet kloppen. Gaat in ieder geval regelrecht tegen het AES-rapport van Laadegaard in. Gehoormatig wordt het wel gerechvaardigd, voor deze gebruiker tenminste. Het gevoel voor compliantie (aan de hand van de Shure- ervaringen)overheerst hier de testresultaten.

Jan.

Link to comment
Share on other sites

  • 3 weeks later...

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now
 Share

×
×
  • Create New...